Woensdagmorgen den 19e.
De Duitsche jonge had goed opgepast. Mijne koffij drinken was nog niet volbracht of er wierd gehaast: het was tijd om te vertrekken. Snel ging het door de stad en bij het aan het station komende plaats genomen hebbende op Newcasle.44 De bediende had /14/ mij vergezeld in de wagen, temeer omdat ik tog anders met niemand konde spreken. Alles ging met spoed, het was zoo momentlijk afreijden bijlangs een rivier.45 Het 1e en 2e stationsgebouw 46 is mij in der haast ontkomen.
Het 3e station te 6 3/4 uren Glaadhorpe [Gilberdyke / Staddlethorpe]. Zeer knappe landerijen merk ik aldaar op, inplaats alhier met sloden is daar alles met hagen de stukken landen van elkander gescheiden. Ook zijn veele landen met bomen omgeven. Te 7 uren bij Eastrington [Eastrington]. Kort bij het dorp of stad aan de regterhand met zeer netto omgeploegde landen, de rivier is nu uit het gezigt. Toen zag ik rijolen van holle rode gebakken steenpijpen door het land liggen. 10 minuten later Thomas Houyton-Palway station. [North Howden]. 10 minuten later weder stil houden bij Cliff [Cliffe]. Regts en ter linker zijde een klein dorp.47 Te 7 ½ uren bij Carwood Silby [Selby] ... stationmastersoffice aldaar.
Op de regterhand een fraije kerk met eene niet hoge maar tevens fraije toren en kerk met gothuijsgebouw onder.48 Aldaar ging ons een ander spoortrein voorbij. Aldaar verbeelde ik mij een zeer vette landsdouw aan te treffen, mij verbeeldende in de verte een mooij stuk kool te hebben gezien. De weidelanden zagen er reeds zeer groen uit, de schapen scheen mij een zeer goed ras te zijn. Veele zag ik op de zoo nieuw omgeploegde landen.
Te 7 3/4 uren, nadat ik te linkerzijde twee bergen met bosch aanschouwde en weder een dorp daarbij te zien, er wordt weder halt gehouden bij Hambleton.49 Te 8 uren weder halt. Hier staat weder een locomotief met wagens, aldaar worde ook iets aangebouwd en er is een dubbelde spoortrein, waarschijnlijk ook nog andere wagens naar toe, terwijl wij er van verwijderd waren, wordt gelijk weder halt gehouden: Ludonwaight.
Een oogenblik verder wederom zeer schone landsdouw van bouw- en weidelanden. Te 8 3/4 uren is mijne verwondering over het kolosale gebouw van het station, stoomtreinen met locomotiven, ook met veel kolenwagens in grote menigte was daar. /15/ Het schijnt hierbij een grote stad te zijn, maar ik durf mij niet naar buiten te begeven.50 Van tijd tot tijd wordt mij de tikker [ticket] of schijn afgevraagd. Ik ben tot dusverre alsnog alleen in eene waggon. Het is een overdekt stationsgebouw.51 Ik moest hier uit mijn wagen.
Gelukkig werd mijn coffer bij mij gebragt en stond daarbij met mijn stijve rug op de koude vloer of zerksteen mij nog eenigzins verheugende, alsdat ik onder veele andere eene bediende aantrof die eenigzins Duitsch sprak en mij althans verstaan konde en mijne koffer werd aan de andere zijde gebragt. Met hoeveel spoorwagens ik hier omringd stond, was bijkans niet af te zien. Ik volgde natuurlijk mijne koffer na. Onder andere stond een buitengewone fraije trein die naar London zoude vertrekken, alle wagens van zeer fraaij vijn hout, welke natuur geelbruin gevlamd was. Mijn brein is te klein dit alles in 't kort op 't papier te plaatsen, nog te beoordeelen. Hier is in 't kort gesproken een stapelplaats van spoorwagens van allerlei aard. Het wachten van plus minus ½ uur maakt mij niet ongeduldig.
Voor half 10 uren gaat het weder los of om zoo te zeggen met harde schreden voort. Hier is weder van alle kanten genoeg om er notitie van te nemen. Buitengewone hoogten met kostelijke gezigten zijn hier in 't verschiet met fraaije landen bij afwisseling en het vliegt er langs. Te Shipton om half 10. Daar liggen zeer veel vierkante stukken zerk met kruisijzers er in aan de spoorweg langs. Te 9 3/4 te Tolliston [Tollerton] (Willam Watt), even stil bij het dorp of stadje. Iets verder is Alne station.52 Te 10 1/4 bij Raskelf. Iets later vermeen ik Sessay. Daar stonden en liggen veele bomen, ook een tichelwerk. Aan de regterzijde zeer schone berg met bosch in het dal omgeven. Daar vliegt weder een spoortrein voorbij. Ook ontmoet ik aldaar veele schapen op de kool nademaal ik ze nog meest op het ruwe land heb zien lopen. Het is weder halte: bookingoffice Leeds en Thirks Palwy Thirks Station [Thirsk Junction Station] lees ik hier.53
Ook tref ik aldaar een rijtuig met paarden bespannen met familie erin op de trein staan. Offeringston [Otterington Station] te half 11 uren. Aan de regterzijde van verre een lang gebergte, enkelde steden met plantsoen er bovenop, waarbij hierom toe nog al veel bosch gevonden wordt. /16/ Alhier gaat weder een spoortrein der langs. Bij Nortalleston Station [Northallerton] is het weder stil houden bij een groot dorp in het dal regts.54 Nu ben ik weder alleen in de wagen, maar dit is mij ook om 't eeven. Ik kan tog met niemand spreken. Even voor 11 uren vliegen twee spoortreinen voorbij. Hier ontdek ik ter linkerzijde het gebergte. Cowton Station [East Cowton] te 11 uren. Van verre na 't gebergte zie ik dorpen en huizen. Hoewel na de landerijen die overal zoo kostelijk gelijken, weinig knappe boerderijen gezien die aannemelijk aan mij voorkomen na rato van het land. Hier vliegt het bijkans netto alsof het tusschen twee zeedijken doorgaat, maar het is waarschijnlijk door de gebergen doorgegraven of sommige plaatsen door gehouwen, dewijl het meest steengebergte zijn.
Hier komt een prachtig fraaij gezigt tevoorschijn bij het station Croft Spa [Croft on Tees], een dorp aan een riviertje [river Tees] in het dal dat ik echter door de spoed niet wel kan beschrijven. Het is maar een oogenblik stil terwijl weder 3 passagiers inkomen en dadelijk is het weder mars. Te 11 ½ uren is aan de linkerzijde een stad te zien en het is weder stil houden bij Darlington.55 Een groot stationsgebouw misschien of zonder twijfel naar de stad genoemd. Onderscheiden bureaux en kamers, allerhande soort van nieuwigheden is daar weder voor mij te zien, maar het gaat veel te hart om alles op te tekenen. Het mankeerd hier niet aan buitengewone fraije gezigten en de landen zien er ook prachtig vol uit. Oogenbliklijk weder tuschen de dijken in. Een teken dat het weder in de gebergten is. Dan wordt mijn verlangen naar mijn lieve zuster gaandeweg groter. Weder eene mooije verschijning bij Ayschleff Station [Aycliffe]. Het schijnt mij toe of aldaar zerkmijnen zijn.56 De einvirons heeft veel van Gilhaus in Bentheim. Een heel smal stroomtje [river Skerner], zeer gul en troebel water tref ik daar aan.
/17/ Thans heb ik een lange wijl, onafgebroken, alle weidelanden tot bij Bradbury: een kleine station, een zeer net gezigt, eenige huizen op de kruin van een bergje. Bulten hooij of zand zijn daar aanwezig. Ik kan het echter niet onderscheiden door eenige afstand. Spoedig daarna krijg ik regts een buitengoed57 en dorpje in 't verschiet met bosch, terwijl lings allerlei mooije bergachtige landen te zien zijn. Bij Terry Hill [Ferryhill] onmiddelijk aan het station hoog gebergte en steenachtig, alwaar weder halte gehouden wordt. Ook wordt hier water ingepompt in de machiene van de locomotief. Road Station, het gaat hier onmiddelijk door het steenachtig gebergte door, denkelijk wel 50 voet hoog.
Het is nu bijkans 12 uren. Nu zie ik mooije bergen die kostelijk geploegd zijn, zoo goed alsof het effen land waar. Merkwaardig dit fraaije gezigt van alle kanten bij het station alwaar halte gehouden wordt. Hier passeert weder een spoortrein en weinig verder zie ik zoo zwartachtig brandend vuur bij Belmont Station Tor Durham.58 Het is een kolenmijn die zich nu in deze environs veel meer beginnen tevoorschijn te komen. Vandaar ging ook lingsaf een spoortrein,59 terwijl nog eene andere op vertrek stond.
Nu ben ik weder alleen. Zal eens weder een cigaar opsteken, ofschoon ik eigentlijk de tijd niet heb wegens rond zien van alle kanten, zoo buitengewone mooije gezigten. Nu zie ik een aantal kleine huisjes. Regts weder zoo een zwart fabriek. Het zijn stellig kolenmijnen. Regts weder een dorp. Ik kan het echter zoo spoedig niet afzien door de volle vaart, zoo hart vliegt het thans er langs. Nu in dit dal aan de berg een dorp bij Vince Honckes hotel.60 Zeer merkwaardig.
Nu boven op de gebergte een dorp; ook in de lengte een straat huizen; weder langs een dorpje, alle nabij. Weder regts een dorpje en ter linkerzijde bosch. Nu langs het dal een dorp en kan het door spoed en de dijken /18/ niet meer onderscheiden. Thans zie ik aan twee kanten een riviertje, onderscheiden dorpen zie ik nu in de verte bijlangs het gebergte. Bij Railway is het halte Schington Station.61 Aldaar zie ik een gezigt lang wagen met steenkolen.
Regtsaf zie ik een fabriek, niet te weten wat het is. Langs weder een dorp aan de regterzijde en het netto of die berg met een water doorsneden is. Edog ik konde het water niet zien. Het is 1/4 voor 1 uur. Regts een kerkdorp op de berg. Nu zie ik bij zijde een spoortrein heen en ook nabij eene komen. Ik heb daar weder geen oogen genoeg om te zien. Thans bij Brocky Whins Station, daar staat boven een poortdeur Tor Schiels [Shields] and Sunderland.62
Daar buiten komende zie ik regts een buitengewoon groot vlek of stad.63 Ook met veele lange stoomschoorsteenen. Ik had aldaar misschien later kunnen uitgaan, maar ik kan nu niet praten dat zij mij verstaan kunnen.
En te 1 uur te New Castle aangekomen. Daar sta ik weder als een verwezen schaap, ofschoon een wonder der wereld mij aldaar zoo zeer opmerkzaam maakte met het over de rivier heen te stomen over zoo een kapitale brug.64 Men kan bijkans dit niet ter neer zetten, hoe prachtvol deze brug uitziet met het stationgebouw in de nabijheid. De eene spoortrein komt aan, de ander vertrekt. En mijne coffer wordt mij op een tavel te neer gezet bij een soort van handwijzer waarop stond Sunderland, dewijl ik te Hull heb willen plaats nemen naar die bestemming en mij te kennen gegeven was, dat mij aldaar tot New Casle afgeven konde.
Ik zie herwaards en derwaards en durfde er eerst niet vanaf te gaan en met niemand, hoe druk ook de menschen daar liepen, konde ik met niemand spreken. /19/ Eindelijk aan een paar opzieners die zeer netjes met fijne blaauw jassen gekleed waren, langde ik ieder een Hollandsche cigaar, waardoor mij deze zoo zeer vriendelijk hare compliment maken dewijl ik nu de naam van zwager B. Cohen nr. 139 Hugstreet [139 Highstreet] had opgeschreven, meenden zij dat deze in de stad was en gaven mij een gids mede de stad in, omdat ik tog niet voor 2 uur de klok konde vertrekken.
Men bragt mij in een winkel van brillen en allerhande soort van optienswaren. Het was ook eene mr. Cohen maar de regte Jozef niet.65 Ik liep zoo goed ik konde, hoe moeijlijk het mij ook viel, met deze gids terug naar de trein en eindelijk te 2 uren, nadat ik plaats genomen had onder zoo veele andere is het weder vertrekken naar Sunderland alwaar ik nu door grote verlangsd en tevredenheid aan deze en gene zijde omzag, niets opschreef, temeer daar ik dagte deze reijs wel nog eens weder te doen. Daar zag ik van tijd tot zwarte fabrieken genoeg: alle kolenmijnen. Aan kleine gebergten mankeerd het daar ook niet, zoodat men dikwijls onder zulke soort van poorten, de eene smaller en de andere breeder, als kleine tunnels doorkomt.
Te 3 uren kom ik goed en wel te Sunderland aan het stationsgebouw behouden en wel aan.66 Er komt spoedig iemand bij mij of ik in de vigeland wilde medegaan, alwaar ik gaarne gebruik van wilde maken. De naam B. Cohen67 had ik reeds te New Castle opgeschreven, mijne coffer wierd spoedig voor den dag gehaald en ook op de wagen geplaatst. Nu rijd ik naar mijne hoge bestemming. Het hart klopte reeds toen ik de wagen binnen trad. Een groot end wegs was het nog er na toe. Weshalve ik zeer blijde was, wegens mijne stijve rug in de wagen te zitten.