Zondagmorgen den 23ste maart.Ten half 10 uren gaan wij met een gezelschap, zuster met de oudste dochter93 en hare bruidegom, mr. Cohen94 en nog ene paar kinder, waaronder de eene getrouwde dochter95 ook mede reijst, op de spoortrein na Chiels [North Shields]. Voor 't eerst is daar eene potbakkerij in 't gezigt, de eene berg wisselt de ander af. Cladon Laid [Cleadon Lane] bij Boster [East Boldon] eindelijk te Brokklay Whind Station; Tor York [York] and London. Schone kleilanden trof ik aldaar aan.96 Aldaar ben ik op heenreijs ook geweest. An de ander zijde komt het van York af en had daar kunnen uitgaan. De heer Cohen weet dit, maar waartoe zoude ik het weten en konde met niemand spreken.
Thans wordt mij gezegd dat de landbouw aldaar zeer in gevorderde staat is. Zij hebben bijzondere machienes voor het land te bewerken dat zij thans met een paard meer kunnen doen als vroeger met 4 paarden.
Daar ik nu zoo een plazierig gezelschap had, waren wij eer men er om dagte in een uurtje /29/ te Chiels aangekomen, alwaar ik mij verwonderde over het rare luiden der klokken dewijl het netto de tijd was dat het volk naar de kerk ging. Ook te Chiels waren alle winkels en nerighuizen gesloten, ook aldaar is op de straten alles morsig en door de steenkolen aangedaan. In de huizen echter wederom schoon bevonden zoo verre ik geweest ben. Onze bestemming is eerst bij S. Lotinga97 alwaar onze aankomst - schoon de juffrouw schreide - zeer aangenaam was, zij ons spoedig een best middagmaal hadde toebereijd hetwelk zeer spoedig klaar was.
Aldaar trof ik een kapitein Polter; het schip genaamd de Twee Gebroeders uit de Pekel.98 Aangenaam deze ontmoeting van wederzijds een landsman aan te treffen. Eindelijk ging ik met een broeder van Lotinga, die sederd korte jaren van Winsum99 gekomen was, onder geheim gesprek naar een buitengewone en merkwaardige plaats genaamd Thijnemont [Tynemouth] die zoo gerenomeerde plaats van een oud vervallen kasteel op eene zeer hooge steenklip onmiddelijk aan de Noordzee,100 ter plaatse alwaar gepasseerde jaar nog op de eerste paaschdag 13 schepen zijn verongelukt onmiddelijk aan de stad wegens het holle staan der baar, terwijl de waterval uit de diepte der zee van veele vamen water de branding tegen de klippen aan slaagd, waardoor de schepen zoo gevaarlijk worden.101 Ook een soort van vestingwerk is op de steenklippen.102 Bij het teruggaan naar het huis van Lotinga, nadat wij dan eens omhoog en dan omlaag waren gegaan, zijn wij bij huis 99 trappen weder omhoog gegaan. Zoo ondervind men in die plaatsen veele ongeregelde toegangen. De stoomtreinen gaan dikwijls in die omliggende gegende over de huizen, dit is in Engeland geen zeldenheid terwijl het ook op sommige plaatsen onder de grond door gaat. /30/
De stad Chiels [North en South Shields] is ook, zelfs nog meer als Sunderland, in tweeëen verdeeld dewijl de grote rivier [de Tyne] er door loopt. Daar is de communicatie per stoomboot over te zetten alle 5 minuten. Bij de overvaard lag een schipper van Sapmeer. De Hollandsche schepen zijn zeer kenbaar van Engelsche en Amerikaansche en andere aldaar aan te treffen schepen, terwijl die van Holland bruin zijn en de andere alle zwart uit zien, schoon die meeste Hollandsche schepen zoo klein zoo lijken bij de anderen of het bootjes zijn. In Sunderland worden jaarlijks meer dan driehonderd grote schepen aangebouwd. Te Chiels is op de rivier echter het fraijste gezigt van schepen. Veel verder als men afzien kan, liggen in 2 en 3 dubbelde rijen de groote schepen. Zelfs tot aan New Casle toe.
Te 5 uren nademiddag is de bestemming weder naar Sunderland, daar wij nu een weinigje te vroeg aan het station is, wijst mij de heer Cohen een bord waarop staat dat men aldaar zijn leven verzekeren kan.103 Zoo betaald men 1ste klasse 3 pence of 3 stuiver voor 1000 pond; 2e klasse 2 pence of 2 stuiver voor 500 pond; 3e klasse 1 pence of 1 stuiver voor 200 pond.
Eer ik was weggegaan, zag ik tegelijk op het hoofd 7 stoomboten tegelijk afvaren. Aan het station is ook een glasfabrijk. Wij gaan nu weder heen.104 Over die levensverzekering wil ik niet meer schrijven, terwijl ik mij verbeeld dat dat geen regt spul is en wil mij daarover niet veel uitlaten. Ofschoon het mij nu wel geensins meer zoo vreemd voorkomt dat wij door de steenbergen door stomen, is tog mijn aandacht hierop telkens gevestigd. Te 6 uren zijn wij weder te Sunderland, /31/ zoodat wij die avond in huis hebben doorgebragt uit hoofde nog ook een en ander zijn gekomen om mij te verwelkomen, hoe zeer het nu de tijd van afreijzen als ras genaderd is, waardoor men dan ook wel een weinig tehuis mag blijven.