De nachtwacht klopt. Dit hoore ik bij de eerste slag. Het hart begint reeds door schrik te bevangen, hoezeer ik mij ook had voorgenomen om mij tegen alles te verzetten en mij niets te laten blijken. Maar ja, het ging niet. De geheele huishouding was reeds vroeg op de been. De grote kinderen bragten ons naar de spoortrein, terwijl zuster te huis bleef met de kleinen. Het eeten nog drinken had reeds weinig gegeren. Alhoewel er een vigelante besteld was om ons naar de trein te brengen, reed die alleen met ons goed. Wij gingen alle te voet uit hoofde zoowel de bruidegom en meer anderen nog daarbij aanwezig waren. Wat zou ik doen? Ik ben weder een kleine jongen, de afscheidsgroet trof mij zoo zeer dat ik bijkans niet meer spreken konde. Gelukkig dat het nog geen regt dag was en er bijkans niemand op de straten te zien was, want een groot end wegs konde ik wegens deze voor mij zoo belangrijke afscheid niet tot bedaren komen.
Bij de trein komende111 had ik nog zeer wel de tijd na de behoorlijke afscheid van de beglijdende (dingsdagmorgen te half zes uren) /38/ te nemen en nog het nodige aantekening te houden, terwijl dit schrijven mij op de heenreijze zeer veel nut heeft aangebragt, dat ik nimmer tijdkortig ben geworden, dewijl dit telkens mij bezigheid verschafte en des wegen nu ook weder deze omstandigheden daardoor het spoedigst in vergetenheid te brengen: namentlijk voor dit oogenblik! En te meer omdat ik het mij ook wel had voorgenomen zooveel mogelijk mijne reijs naar waarheid der ondervinding aan te noteeren, ofschoon mij nu op dit oogenblik op deze plaats een bladje om in te lassen missen doet. Ieder weldenkend mensch zal mij dan ook mijn wekelijk hert ten dezen opziget niet ten kwaden duiden.
Zwager is dan nu bij mij. Aldus een goede gids die mij nu wel alles naar mijne mening onderweg beter zal beduiden. Hij is echter spoedig in slaap. Eene ander israelitische koopman Asser is hier nu ook bij mij en op 4 mijlen afstand nadat wij zijn heen gestoomd zie ik Kokskie, een gezigt dat zeer bekoorlijk is. Men verteld mij nu de een andere bijzonderheden. Aldaar is op eene hoogte - dewelke in de einvirons veelvuldig zijn - een monument van lord Dorrein.112 Te 7 uren zijn wij bij Harlepool [Hartlepool]. Het rijd hier in de rond, anders waren wij reeds 24 mijlen van Sunderland. Half 8 uren bij eene grote en zeer rijke stad: Darlington.113 Ook aan de steenkolen is daar nog geen gebrek vanwaar ze veel door Engeland per trein vervoerd worden.
7 3/4 uren te Riatoman [Eryholme of Dalton-on-Tees]. Te 8 uren Cowtonstation [Cowtown]. 1/4 uren later bij een stad de groote paardemarkt is alwaar de kooplieden van zeer entverrente landen na toekomen. Ook is aldaar de grote gevangenis van Engeland: Nortalectot.114 Ook gelijk bij de station: Tor Bedals [Bedale].115 Aan de andere zijde een stad. Bij de eerste station is een gebouw en toestelling /39/ voor de paardenren. Zeer prachtige weidelanden die thans zeer schoon uitzagen. Koolrapen in lange reijen worden op de ruwe omgeploegde landen gevonden, die de schapen opeeten. Bij afwisseling ook wel mooije boschen. Van verre zie ik hier zeer hoge bergen, zooals ik ze nog niet aanschouwd heb, tot in de wolken. Thans Ottington [Otterington]. Bij een groot dorp aldaar achter wordt mij gezegd op die hoge bergen een water met visch aanwezig. Hardgid: daar zijn de buitengewonen en van allerhande soorten van baden.116 Bij of agter Thierks Station [Thirsk] ook Tor Repon [Ripon].117 Mijne vriend gaat nu weder van mij af. Nu ben ik het onderrigt weder kwijt, terwijl zwager nog maar wegslaapt.
Hier zie ik alweder zoo een bord van de levensverzekering, maar ik maak er tog geen gebruik van. Ik ben ook mijn leven God-zij-dank nog niet zat. Te 8 ½ uren iets verder bij een poort en brug door middel van een soort kraan op 3 en meer aan elkander vastgemaakte karren de bomen opladen en groote menigte afgeschilde eiken en andere bomen. Bij het station zie ook een groot stuk land met koolrapen, die zoo uit het land weg door de schapen worden opgegeten. En nu zie ik voor 't eerste maal een stuk heidevelt eer men komt aan het station Raskalf [Raskelf], aldaar zijn mooije en nette zandlanden met zeer diepe veergen omgeploegd naar mijn inziens. Weide en bouwland, alle stukken land zijn met hagen omgeven zonder sloden.
Station Inn bij een dorp in de nabijheid van het station Tollery [Tollerton]. Te 8 3/4 uren is het nu zoo als ik vroeger in de verbeelding was bij het grote station alwaar zooveel drukte is. Te York, nu moet zwager op de lappen, aldaar wordt lang halte gehouden.118 /40/
Het is een grote stad en vesting met een muur omgeven, een grote dom119 met 3 torens er op te zien. Zwager verteld mij dat aldaar vanouds zeer veel merkwaardige zaken zich hebben toegedragen in oude tijden. Ik heb mij weder herwaards en derwaards om te kijken wegens de drukte met de treinen: de eene gaat weg de andere komt aan, dewijl hier een vergaderplaats van alle kanten waardoor wij nu ook weder van plaats veranderd worden.
Te 10 3/4 uren bij het station Normanton,120 ten derden maal van plaats veranderen.121 Aldaar neem ik voor 't eerst een glas bier, dewijl wij aldaar tot 11 ½ uren moeten vertoeven. Hier gaat het nu zoo waarschijnlijk een andere weg inslaan naar Manchester de kant op. Hier is het veel in de einvirons waar ik van Hull langs gekomen ben, ofschoon ik nu beter de gelegenheid had het eene en ander op te merken. Kort hierbeij wordt mij van een heer in de waggon een reijswijzer vereerd, hoewel dit alles Engels is, vind ik het tog een aardigheid en zal mij ligtelijk nog eens te stade komen bij het afschrijven dezer. Ook alhier is het weder door de bergen heen gegraven of liever doorgekapt en gehouwen, dewijl het grotendeels steen is en de dijken alzoo nog hoger gelijken als bij ons de zeedijken. Het steenachtige heeft veel de overeenkomst met die van Bentheimersteen. In die herberg of in het zoogenaamde verversingshuis was het buitengewoon propertjes, ofschoon ik nu nog maar in de 2e klasse heb tehuis behoort. Die passagiers uit de wagens komende van de 1ste classe hebben nog een andere, /41/ en zonder twijfel nog fijner locaal en bediening. Ik heb in Holland nog nimmer zooiets aangetroffen. Het is over alle kanten prachtvol door de comiditeit en zulks komt hier zeer zeker veel tijds te stade, omdat er veele reijzigers inkomen. Het is dan ook maar heel enkelde plaatsen op de stations alwaar zoo tijd is om wat te gebruiken.
Nu gaat het op de bepaalde tijd weder heen. Op de hoge bergen zie ik thans bosch bij Waekfielt [Wakefield], een zeer groot manifoctorplaats.122 Aannemelijker gezigt heb ik nog niet gezien van alle kanten. De werksaamheden op het land is ook zeer groot. Met 4 paarden zie ik hier ook het land omploegen bij een grote stad. Stoomfabrijken zoowel als de huizen zijn gedekt met effen platte steenen. Het gaat nu hier over de dijk heen met het spoor te 12 uren. Regts en lings zijn dorpen en steden in grote menigte. Tousbergen, station bij eene stad.123 De riviertjes gaan hier tusschen de gebergten door. Hier is weder halte bij eene drukke station: Merfelt [Mirfield] en Tor Braedfort [Bradford]. 124 Aldaar worden veele orleander gefabriceerd. Te half 1 uur bij Brixhausen. 125 Aldaar zie ik veele balen wol die hier veel gebruikt wordt door de veelvuldige fabrijken in deze einvirons. Hier zijn ook nog de rivieren die tot vervoer der onbereide zoowel als bereijde stoffen ter vervoer met schepen dienen. De schapen hebben hier ook nog eenigzins, van boven op de wol, de steenkolendamp op zich. Reusachtige gebergten tot aan de kruin toe met koorn bezaaijd en met hagen en bomen zijn de stukjes van elkander gescheiden.
Hier worde ik door schrik bevangen, terwijl het hier onder de grond door gaat. Bij North Dean for Halefax,126 hier weder uitkomende ondemiddelijk het station en dit gezigt ben ik op verre na niet in staat om het nodige er van te zeggen. /42/
Hoewel ik nog zooveel aan de afscheid van mijn waarde zuster gedenke, doet mij de zooveel ontmoetingen en werksaamheden zeer verzachten en was nu niet reeds weder het verlangen naar mijn waarde vrouw en betrekking, zoo was ik in staat om - al was het ook ƒ 300 er aan te wagen als ik de tijd konde missen - bij ieder voorname plaats een of meerdere treinen af te wagten om de steden te bezien en merkwaardigheden in oogenschijn te nemen. Maar hier is niet aan te denken. Voorwaarts is de boodschap.
Ten 1 uur naar ik mij verbeelde te zien Sorverby Bridge [Sowerby Bridge]. Aldaar was ik weder twee minuten onder de grond doorgegaan. Daar heb ik nog niet veel pret aan. Er wordt mij echter verzekerd als dat meermalen ondervinden moet. Hier is Luddende Fort Station [Luddenden Foot].
Daar staar ik met verwondering hoe op de steenen zoo alles kan wassen. Hebden Bridge: tot hier toe zie ik regts twee smalle waters netto alsof ze daar zoo min menschenhanden gemaakt zijn,127 het zijn geen gewoone rivieren naar mijn inziens. De plaats is hier stijf aan de voet van de berg. Wederom zie ik hier zoo een verukkelijk gezigt. 3 maal spoedig op elkander gaat het weder onder de grond door. Het word aldaar telkens een tunnel genoemd, maar ik heb het alsnog niet op de tunnels begrepen.
Lettilbourg Station [Littleborough] en Rosdale Station [Rochdale], bij een grote fabrijksplaats Aschton Joncton (bij Manchester) ten 2 uren, 128 waardoor wij een weinig later te Manchester zijn aangekomen.129
De koffer is dadelijk bij de hand en voor een halve schelling heb ik dezelfde tot in het logement gedragen, voor porto heb ik van dezelfde op de gehele reijs niets betaald. Alhier zullen wij op zijn koopmans leven, terwijl zwager aldaar in huis zeer eigen is en men wil het geld hier /43/ niet verkwisten. Er is wel een israelitisch logement, maar zeer duur en wat maakt mij nu dan ook dit voor een dag.