Zaterdagmorgen den 29sten maart zijn wij met ons gezelschap naar eene onderlinge particuliere kerk de godsdienst gaan bijwonen die zeer vroeg begint met het voornemen om later alle ovrige kerken der Israeliten in oogenschijn te nemen bij het terugkomen daaruit. Als wij ons ontbijt gebruikt hadden, hetwelk een weinig te laat werd, zoo wierden wij in onze voornemens teleurgesteld. Het was te laat. Bij de aankomst van de nu voornaamste Nieuwe Synagoge was men reeds bezig te sluiten, waardoor wij nu maar besloten om te gaan wandelen en zien.164 Zoo gaan wij naar de voornaamste Londonsche brug.[voetnoot165]] In de tijd als wij die brug zijn overgaan, vergroot ik het niet als ik mag zeggen dat ons meer rijtuigen op de brug ontmoet zijn als op een particuliere marktdag te Groningen gezien worden. Eer ik de brug nog over was, had ik reeds over de honderd geteld. Het strekt maar bloot voor idé hoedanige drukte te London bestaat.
Vandaar zijn wij gaan zien het kostumehuis, alwaar de belasting betaald word.166 Dat is ook groot, zooals men zich ook wel eenigzins verbeelden kan voor dit lichaam, /60/ terwijl ik mij even te voren over de grote sociteit des viskopers zeer verwonderd had, die ook in de nabijheid der brug is.167
Toen bezagen wij de vismarkt, die als 't ware mij voor London niet toevalt.168 In de nabijheid zijn echter veele verkoophuizen van droge en andere vis die eigentlijk den handel drijven. Kort daarbij lagen ook de aalschepen van Heeg en Workum op de rivier. En eindelijk zijn wij gegaan naar het Museum van Oudheden van koningen en helden van Engeland die voormaals hebben uitgemaakt, staan aldaar te paard en te voet in volle levensgroote. Ook allerlei wapens van spiezen en geschut en bogen.169
Ook was aldaar nog aanwezig het blok alwaar vroeger een koning is omgebragt en veel meer andere tot vonnis gebruikte instrumenten.170 Het is mij veel te veel omdat alles uit hoofd zoo lang te onthouden en ik hetzelfde wegens de sabath niet mag aantekenen. Dit is alles te bezien in een oud kasteel en vesting alwaar een oud officier ons had begleid.171 Later op eene andere zijde is ten toon gesteld de nieuwe kroon van koningin Victoria benevens haar septer en al het daarbij behorende, dewelke maar eventjes een millioen ponden sterling heeft gekost.172 Daar staat deze op eene daartoe vervaardigde tribune, die rondom is afgeschoten met ijzer en glaswerk. Hierbij bevinden zich nog 4 andere juwelenkronen van de vroegere vorsten. Ook deze blinken en schitteren van groot belang. /61/ Hoeveel ponden aan gewigt wegens de massief gouden schalen, kannen en bekers, een fontijn hetwelk ten dienste van het avondmaal te gebruiken, benevens de fontijn en het ander benodigde goud waarin het water komt bij het dopen der kinderen van de forstelijke familie te gebruiken (hetwelk rondom aan de voet deze tribune geplaatst is), wil ik ook met zekerheid niet bepalen. De juffrouw die hierover het toezigt heeft, verklaard ons dat het spilletje meer dan 3.000.000 pond waarde heeft. Denkelijk krijg ik zooveel niet bij elkander om te betalen. Maar indien het geen sabath was, had ik het stellig stuk voor stuk opgeschreven. Terwijl deze schitterende plaats zelfs in London voor zeer waardig gehouden wordt. De nieuwe kroon van Victoria staat geheel bovenop met het kussen en septer, zwaarden van barmhartigheid en geregtigheid prijken daarom henen. Het is een gezigt van belang.
Vandaar zijn wij gegaan naar een Hollands hotel of eigentlijk alwaar de Hollandsche kapiteins te samen komen. Aldaar trof ik dan ook verscheiden landslieden van Veendam en Pekela. Ofschoon ik hun in persoon niet kende, maakte dit tog nog grote indruk mijne landslieden te zien, vor en na had ik ook al eenige israelitische kennissen aangetroffen. Nu wordt het tijd weder huiswaards te keren om reden dat het nu bijkans 2 uren is en wij bepaald waren de Nieuwe Synagoge te bezoeken, alwaar wij dan ook netto bij het ontsluiten derzelve zijn /62/ aangekomen. Deze is in prachtigheid die van gisteravond nog vertreffelijker, niettegenstaande de Doxplezer [Duke's Place] de voorkomen derzelve heiliger uitziet. Wij hebben altoen den middagdienst mede aldaar verrigt. De weleerwaarde opper-rabbijn, die aldaar digt bijwoont, heeft ook aldaar zijne zetel of voornaam gestoelte en meestal aldaar de middagdienst mede uitoefent. Hij is van de stam der priesteren, nadat ik opgemerkt had buitengewone zindelijkheid benevens orde heerscht aldaar ofschoon zeer weinig menschen op het oogenblik aanwezig waren de prachtige kronen en zelf een koper galender van aanzienlijke hoogte naar mijn voorkomen is boven de vrouwenkerk mede afgeschoten aan 3 kanten der synagoge, de kronen worden alle door gas verlicht alle met gelijke balons er op meer dan 100 in getal. De bedeplaats voor den voorzanger staat heel achterwaards in de synagoge, de heilige bewaarplaats der wetrollen is niet geheel afgesloten, zoodat nu eigentlijk tusschen het altaar en de ander verheven plaats alwaar de aflezing geschied al te veel ruimte is overgelaten naar het oude gebruik. Boven het altaar zijn twee hoge glazen raams met vijn schilderwerk. Ter linkerzijde bevind zich daarin de 10 geboden zeer prachtig aan de regterzijde is ook aldaar de opper-rabbijn zijne plaats. En na alles zeer goed in oogenschijn te hebben genomen gaan wij naar huis uit hoofde het nu weder eetenstijd is.
Het veele genoeglijke wat ik nu wederom gezien heb, had /63/ zoo zeer den tijd verkort, niettegenstaande ik deze zaterdagmiddag voor 't eerst met de meeste genoegen het sabateeten gebruikt uit hoofde ik nu zoowel als in huis het eerst op de israelitische wijze uit den sabatoven konde bekomen alwaar ik dan ook gebruik van maakte terwijl er evenwel voor andere die zulks niet verkozen ook gewarmd eeten aanwezig was.
En na den eeten ging ik alleen uit. Eerst na Van Delden, die ik echter niet te huis vond en nu gaan ik den heer L. Sijmons opzoeken alwaar ik gisteravond aan huis was geweest maar terwijl de oude heer toen een slaapje gehouden had en deszelfs zoon mij verzocht had om die nademiddag terug te komen.[voetnoot173]] Aldaar wierd ik zeer wel ontvangen. Bij de eerste aankomst had ik bij hem mijn opwachting gemaakten het compliment van mijne vrouw gemaakt en zoo waren wij zeer spoedig onder het gebruik van het een en andere in eene zeer gulle onderhouding wegens hunne famille te Amsterdam en ’s Hage, die ik ook zoo zeer goed kende, in een vrolijk gesprek gekomen. De mevrouw gebooren Ezechiels van Rotterdam is even zoowel als hare man zeer buitengewoon aardig. Zij vraagd mij of ik het portret hetwelk in het vertrek ophing kende, waarop ik haar tot antwoord gaf dat ik mijn vrolijkste dag mijns geheugen met dien persoon heb doorgebragt ten tijde dat de sijnagoge op de kolonie Veenhuizen was ingewijd.174 Het was den heer Polak Daniels den president der Hoofdcommissie residerende te 's Hage. Het verheugde hun tevens zoo zeer dat ik met hare famielie zo wel van zijne als hare kant in vrienschap leefde. Ook toen ik haar vertelde dat ik voorheen /64/ door tusschenkomst van zijne mama en broeder te Amsterdam,175alwaar mijne vrouw in vroeger jaren voornaamlijk voor op te passen en mede de huishouding mede te besturen werksaam was, is dienstbaar geweest, ik ten tijde als de eerste maal de cholera in Nederland heeft gewoed176 beddegoed heb vervaardigd alwaar ik destijds een gelegaliseerd bewijs van het plaatselijk bestuur en certificaat dat hetzelve door mij vervaardigd is en dat alhier alsnog de ziekte God beware ons verder ten goede alhier niet heerschte. Die goede lieden van waar ik later zooveel lof hoorde spreken, wisten zich zulks alles goed te herinneren en dat zij later zelf voor mijn kastelein, alwaar ik thans gelogeerd was, ook een best stel beddegoed uit Holland hebben besteld bij hare famile. Dat toen ook van mij gekomen was. Ik heb dan toen met zeer veel genoegen een lange wijl aldaar vertoefd, omdat zij mij zelfs verzochten zoo dikwijls als ik konde afbreeken om haar vooral vlijtig te bezoeken. Ik had hun eedelen dan ook gezegd dat ik met de eerstvarende passagiersboot naa Holland weder stond te vertrekken en wanneer ik hun van dienst konde zijn, het zij naa Rotterdam, 's Hage of Amsterdam, een brief aan de famiele te bezorgen, ja zelfs een pakketje, dat ik daartoe bereijd zoude zijn. Waarvan zij dan ook gaarne gebruik wilden maken. Terwijl de heer Sijmons mij zeide hij ook bij geval wederkeerig mij eens van dienst konde zijn zich niet zoude terug houden.
Den sabath was nu bijkans geëindigd, zoodat het toen al spoedig tijd was ter kerk te gaan. Kort hierbij ten huize van eene mr. Van Praag,177 dewelke van Groningen geboortig zijn, werd die avonddienst als toen met zeer veel anderen bijgewoond. Bij de tehuiskomst is het /65/ nu hoog tijd de nodige aantekening te houden, anders zoude ik er geheel in verwarren.
Mijn eerste werk is een breef te schrijven aan mijne waarde zuster, die nu nog geheel geen schrijven van ons gehad had ofschoon zij al uit Manchester eene brief verwacht had, maar hare man die moest het tog weten of hij schrijven wilde of niet. Evenwel het was kwalijk dat het niet eerder gebeurd was. Wij hadden nu ten 2e male reeds een brief van haar ontvangen wegens een en ander handelsbetrekken. De eene breef behelsde nog dat een vriend van haar gaarne gewenschd had hare broeder naar Sunderland te laten terugkomen ten einde huns kind, hetwelk na mijn vertrek gebooren was, te doen besnijden. Zuster wiste echter wel dat zulks zooveel niet konde inbrengen om mijne reijs daarna weder te voegen. Onder dit schrijven hoorde ik met grote verwondering dat zondag door gansch Engeland de brievenpost stil staat. Er vind geen vertrek des post plaats en alle handel staat stil, behalve vleesch is zelfs zondag morgen uitgestald voor de huizen der vleeshouwers aan de mark. In mijne memorie van vrijdag heb ik nog bij te voegen dat ik de grote beurs178 heb bezigtigd ofschoon niet op het oogenblik dat de handelstijd was, waardoor ik dan ook later de gelegenheid had mij in de ronde te zien.
De Engelssche grote bank is onmiddelijk daarbij.179 Het zijn beide nog al stukken van groot belang. Het is mij echter niet mogelijk al het nodige hiervan te onthouden. /66/ Wij zijn door de bank heen gegaan ofschoon men ons wel wat aankeek, gingen wij toch ongestoord voort geregeld door allen henen. De deuren zijn alle in tween verdeeld en draayen wederszijds heen en de regel over 't algemeen is dat van deze zijde door eene halve kant en van de andere zijde door de andere zijde wordt doorgegaan opdat het volk door drukte niet gehinderd wordt, het geene zelfs op sommige plaatsen anders gevaarlijk zoude zijn.
En eindelijk ten 9 uren zaterdagavond zijn wij weder uitgegaan naar de zoogenaamde jodenhoek alwaar men zich moest doordringen. Aldaar was mijne verkiezing niet te zijn. Wij gaan na Waitchappel180 , daar is markt aller groenten en andere eetbare waren worden aldaar ter verkoop aangeboden. Nieuwe bloemkooltjes ziet men in grote menigte. Onder zooveel andere zaken staat te koop 3 pont buitengewoon mooij wit zout voor een stuiver. Het goedkoopste wat ik nog in Engeland gezien heb.
Toen zijn wij aldaar in een hotel of publiekhaus (tappershuis) gegaan een glas rum drinken uit hoofde ik wat koud geworden was. Aldaar was weder mijne aandacht van alle zijden. Zoo eene drukte heb ik nog nimmer in geen aller drukste Norgermarkt181 gezien niettegenstaande hunne comodeteiten voor de tapperij ingerigt zeer merkwaardig is, hebben er nog zeer veele bedienden moyelijk werk. Smalle hoge toonbanken die van boven met gepolijst koper beslagen zijn maakt hier grotendeels de tapkast uit terwijl door pompen met kranen op eene zeer aardige manier hieruit het bier getapt word, elders het schone water en vervolgens allerhande soort drank. Het is nette of het met stoom gaat, zoo spoedig staat het daar. /67/
Altijd was mijne verwondring dat waneer er een kraan wordt omgedraaijd zoowel het water als alles anders met zoo een snelheid eruit komt te vliegen, zoo is het overal in Engeland alwaar ik beij een waterfontijntje was of ander wat men ziet. Ik zag dikmaals uit een klein kraantje bijvoorbeeld als hier te lande waneer men aan een regenbak een grote met kleine koperen kraantje erbij ziet zoo is daar gewoonlijk het kraantje nog veel kleiner en in oogenblik is een emmer vol getapt, zoo eene buitengewone snelheid dat waneer men hetzelve omdraaijd is het netto of men verschrikt word. De sleutels zijn waneer de kraan digt is dwars netto het tegendeel bij ons te lande. De sleutels der kranen zijn hier in lengte even als de krukken der deuren gesloten, laatstgemelde staat aldaar ook even het andere in verbinding dus ook het omgewende van hier het heeft hier echter weder veel van het geene ik te Manchester gezien heb. De vrouwen staan hier onder het mansvolk en prevelen en drinken maar toe. Ik zal het hier niet zoo lang afzien, maar ik bemerke thans dat er reeds zeer dronkene vrouwen genoeg aanwezig zijn, terwijl die ook niet op zijn Engels leven. De manier is aldaar dat de rum met water verdund wordt, gaan die het glas zoo ledigen. Ik wenschte mijne vrienden bij ons wel eens deze en geene zaken bij te wonen: het is een toneel.
Nu gaan wij eens kijken bijlangs de winkel /68/ van mr. E. Mozes & Son.182 Die is zoo groot als bijkans de geheele Nietap. De aanzienlijkheid van het gebouw als inrigting laat niets te wenschen over en zoude ik dit nu alle verfraijingen van de glasramen, de kronen met gasverlichting in der mate het alles is opnoteren, zoo zouden veele het voor overdreven houden en daar het nu zeer koud en geurig weder is, waartoe ik op 't moment niet gekleed ben, verkiesde ik liever huiswaards te keren alwaar het nu ook weder eetenstijd geworden was en eindelijk ons ter ruste begeven hebbe.