Hoe vergenoegd over het verrukkend gezicht dezer stad is mij nu deze vertoning. Ik ben nu weder door den Alomtegenwoordige in mijn bekend vaderland gelukkig aangekomen. Aan dit gezigt van het binnenkomen der stad, het welk zoo bekoorlijk is en daar ik in zoo veele jaren niet te Rotterdam geweest ben, is het mij als thans weder nieuws en vreemd. Door een en ander oponthoud gaat men te half 8 uren aan wal stappen en aldaar moeten alle passagiers in het costumerhuis vertoeven totdat een voor een zijn coffer of reijszak of wat hij heeft wordt nagezien.212 Nu was het netto voor mij de tijd om mijn pakketje waarvoor ik zo grote zorg voor had bij de heer Ezechiels te gaan bezorgen, omdat ik tog niet weet hoeverre de visitatie gaat en ik zag wel in dat ik daartoe de tijd had.213 Het was nu donderdagmorgen 3 april. Een kruijer gaat met mij de weg op naar de Leeuwehaven.
De heer was nog niet bij de hand. Ik zeide aan de meijd dat ik een pakketje van waarde uit London had mede gebragt en zoo haar heer en meester hetzelve in bed wilde ontvangen dit was mij wel, maar ik gaf het zoo an de deur niet af. Met die boodschap komen er twee nette jonge juffertjes naar beneden met het complement van hunne papa om het maar an hen mede te geven, waaran ik dan ook voldeet.214 Nu met gezwinde pas weder naar het costumerhuis. Mijn goed was reeds met al het ovrige op een wagen zoo in huis geschoven. Ter linkerzijde is nu de wachtkamer voor pasagiers. /92/ Een voor een wordt zijn naam opgeroepen zonder dat men het nu opgegeven heeft, maar zeer zeker bij het opgeven aan de boot te London weet men het. Het nazien der goederen wordt niet ten naauwkeurigsten onderzocht. Ik vraagde of ik het even ondersteboven zoude doen, maar neen, er wordt maar even ingezien, maar moest nog even voor mijn trom als de coffer 20 cents betalen. Het gaat alweder om de dubbeltjes en zoo gaat men heen. De kruijer brengt mij nu de coffer naar de Nieuwe Mark naar Pool.215 De eerste trein is te laat om daar mede te komen. Ik ben daar ook zeer wel. Ik maake mij aldaar regt in orde, opnieuw regt gewasschen. Hier vond ik voor 't eerst weder groene zeep die ik in Engeland niet gezien had. In een goed appartement had ik mij nu verkleed aangezien ik nu naar Den Haag zoo ongesineerd niet wel konde gaan.
En nadat ik wat gedronken had, geeft men mij iemand mede naar de vrouw van J.W. Cohen, die zoo zeer blijde zijn met mijn komst.216 De dogter was even als de moeder op mij aangekomen en kussen mij met aandoening van blijdschap en zeggen mij nu dan dat zij het vaderland nu spoedig zullen verlaten, terwijl nu hare man te Constantinopel is alwaar hij zich nu voor vast zal vestigen en zij hem derwaards zal volgen. Ik vind het nogal een onderneming en nadat zij /93/ mij beloofd na Sunderland te schrijven an hare zwager, zoo wel als de mijne, dat ik alhier goed en wel ben angekomen ga ik heen, nadat ik wezentlijk ene hartelijke afscheid van hun genomen had. Op de terugreijs gaan wij nu op het kantoor van de heer Ezechiels even aan om te horen of het pakketje van London wel goed te regt was hetwelk ik aan de kinderen had afgegelangd. Ik trof dien heer alzoo zelve op het kantoor en heeft mij zijne hartelijke dank betuigd, nadat hij zich naar het eene en andere spoed erkondigde en beloofde mij 's anderedaags de goede ontvangst aan zijn zwager mede te deelen terwijl deze ook spoedig met mij in kennisse was. Ik was met de waarheijd voor den dag gekomen dat ik twee pakjes met suiker te London had achtergelaten en ik voor zijne zuster te 's Hage had mede genomen, zoo mede nog 2 andere, waarvan ik an de twee mijne reijsgenoten Van Esso en de ander Schaap217 van Arnhem ik een pakje gedaan had om niet als sluikerij te kunnen aangemerkt worden.
Terwijl ieder zooveel vrij mogte bij zich voeren. Wij nu in 't logement dit weder teregt bragten. Vandaar bezag ik van buiten het stadshuis en de Grote Kerk, vanwaar vroeger de toren is afgebrand en zeer stomp af zoo weder hersteld is, zoo mede de vleeschhal ben ik gewandeld en ook het goede vleesch aldaar bezigtigd.218 Er was nu niet veel tijd meer over aangezien ik ook reeds an mijne waarde vrouw de goede aankomst op de vaderlandsche bodem geschreven had /94/ en omdat ik te 's Hage een spoortrein wilde overblijven, resolveerde ik mijn coffer onder adres naar Amsterdam te zenden, te meer daar ik hier door de kruijer regt was mede genomen. Ik moest eene gulden geven voor het dragen en ik had niet geacordeerd en nu wilde er geen spil om hebben.
Om 12 uren is het aan het station weder vertrekken.219 Het weder is als nog zeer koud. Ter linkerzijde is de waggon digt, zoodat men daar niet kan uitzien. Bij het begin is het land mooij effen en groen. Overschie is ter regterzijde, terwijl Delfshaven lings ligt. ¼ uur later zijn wij an het stadsjon te Schiedam, half 1 uur bij Delft dat is ter regterzijde en terwijl het de Amsterdamsche Beurstrein is, gaat het zeer spoedig, dat men in de wagen weder niet best kan schrijven.220 Daarbij is de grond zoo vast niet als te Engeland. Tot hier toe is de grond voor de spoor zeer opgehoogd, dewijl het maar laag liggend land is die nog op veele plaatsen niet droog is. Vooral bij Rotterdam, ter regterzijde, heb ik een plaats de Ketel opgemerkt. Lings kan men niet uitzien. Te Delft gaat het onmiddelijk aan de stadsgracht langs. Het is voor de spoedwagens de Beurs maar even halte en op veele kleine stations gaat het met de trein maar door, dat weet ik nog wel van vroeger.
Nu bij Rijswijk. /95/ Het gaat wegens de vermelde reden maar door en te 12 3/4uren is het halt bij het stationsgebouw te 's Hage. Ik ga met spoed de stad binnen. Bij zuster Saartje221 als naar gewoonte ingekeerd, vond ik haar niet wel ofschoon zij mij verklaarde zij veel in beter hand was en had niet gedacht dat ik haar weder levend zoude aantreffen. Ovrigens is de famiele alle wel. Na bij zwager Jakobson222 en zijne kinderen iets verversing te hebben gebruikt, gaat deze met mij de boodschappen bij mevrouw de wed. Andries223 en bij de wel edele heer Polak Daniels224bestellen. Eerstgemelde was ook niet wel, weshalve ik mij aldaar ook niet ophield. Bij de heer Polak Daniels echter daar was zelfs blijdschap met mijn komst. Mevrouw en zijne broeder waren in een aanzienlijk zaal gezeten en alles wordt ons aldaar zeer gul aangeboden.225 Ik verkoos echter geen gebruik er van te maken omdat men mij bij de familie het eeten en drinken bijkans wil ingieten.
Daar aan het vertellen in spoed van London, hoedanig ik aldaar bij hun familie alles angetroffen had. Nu was de mede genomen suiker de twee pakjes die beide broeder bij elkander zeer welkom en zeiden waarmede zij dit an mij zouden verschulden. Onder dit gesprek zeide ik an onzen president van de Hoofdcommissie die mij zoo zeer een complement heeft gemaakt voor die goede inrigting der regelmenten voor onze Gemeente an hem opgezonden /96/ dee hij met plazier gelezen had en ik mijne huishouding bedoelende op de finanteele stand der zaken voor ons Gemeente maar zoo zoude voortleven, gaf ik zijn edele te kennen alsdat ik reeds weder bij Zijne Majesteit den koning had aangeklopt om een jaarlijksche landelijke toelage van Fl. 50,- en dat ik wel wiste dat er bij hun onderzoek daarna worde gedaan, waartoe ik an zijn edele nogmaals vrerij verzochte om mij daarin den behulpsame hand te bieden.
Hij reikt mij gul de hand met die verzekering dat hij zal zijn best doen, waarop ik kan reken en na een zeer beleefde en vriendschaplijke afscheidsgroet, even zoo wel van mevrouw als van zijn broeder en zoon, gaan wij weder huiswaards, alwaar nu reeds in zoo korte oogenblik brillante uitgekookte schol met paaschbrood zoo uit de oven weg benevens ander vijn witbrood op de tavel voor mijn te eeten klaar stond, waarvan ik dan ook gebruik maakte omdat ik te half 4 uur volstrekt weder vertrekken wilde.
Ik had nu met spoed alles afgepraat, het eeten smaakte mij zeer wel en met spoed begaf ik mij weder naar het stationgebouw. Aldaar zag ik in passant nog wat nieuws: /97/ met grote letters zag ik aldaar Anna Poulowna Meubelen-fabriek.226 De oude zwager die niet best meer voort gaan kan, wilde mijne reijszak dragen en toen wij an het gebouw waren, was het nog ten achteren. Hij was een ander kant langs gegaan, terwijl wij nog een boodschap onderwijl gedaan hadden, had ik zoo of zoo de trein verzuimd, waarover ik alswat driftig geworden was. Het ging nog netto goed omdat ik nog weder terug gelopen ben.
Het gaat weder voort. 3 3/4 uren ter regtezijde is het Voorschoten. Het land is zo groen niet meer, ofschoon het is allen zeer sligt en effen, is door de volle wint dat het ter linkerzijde nog allen digt waardoor ik nu ter regterzijde mijne aandacht zal vestigen terwijl hier in de nabijheid zeer veele buitenplaatsen gezien worden. Room en koffijhuis de Vink bij een mooij buitengoed.227
Spoedig zijn wij an het station te Leijden en weinig later over de rivier heen bij het station Warmond. Het land is hier weder groener, het Engelsche gezigt is nu zoowat verdwenen, terwijl nu alhier juist ter linkerzijde ook het gebergte wel gezien kan worden, maar het is alles wegens de koude digt en hier zijn dan de zandduinen van Katwijk aan Zee en omstreken. Hier ben ik reeds zoo dikwijls geweest. Van verre ligt nu Sassen [Sassenheim]. Zoo is het nu half 5 uren halte bij Pietgijzenbrug 's station.228Vandaar gaat een regte laan naar het vermelde kerkdorp /98/ met spitse toren. Ook ligt Lis daarbij, aldaar kwam ik in vroeger tijd met de postkar of diligents door. Een weinig later zijn nu twee buitens met veel bosch, terwijl de eerste nog zeer veel jong aangelegd is.
Bij het station Hillegom halte. Men kan aldaar niet verre af zien wegens de hoge bomen bij de plaats. Nu bij Veenenburg, ook veel kaphout is aldaar aanwezig. Te Hillegommer Beek ten 4 3/4 uren in de zandduinen begint men daar dezelfde te slechtten en tot vrugtbare grond te herschapen en nu gaat het over de rivier bij Vogelzang, terwijl even tevoren ook in de zandduinen nog bosch wordt aangelegd op een enkeld plaats is het reeds voor 't eerst maal gekapt.
Wij zijn nu bij Haarlem, daar ziet men heele akkers met mooij bloeijende bloemen en te 5 uren is het over deszelfs gracht en het is zoo halte aan het station, terwijl de trein van Amsterdam af nu ook gekomen was. 5 ¼ uur is het weder voort aan de ander zijde over de gracht bijlangs het Hoofddiep. Half 6 uren bij Halfweg, nog een rukje na Amsterdam. Wij zijn nu bij het Haarlemer Meer. Men kan nog niet veel anders als water bemerken als aan de kanten alwaar nu de zwarte modder enigzins bloot te zien is van verre.229 Nu te Sloterdijk door de kant van het plaatsje door en aanstonds is het nu halte door den zegen der Allerhoogste te Amsterdam an het stationsgebouw.230
Dadelijk snel naar de omnibus de Batavier231 alwaar ik voor 12 cent naar den Dam reijd, ofschoon ik nu digt an de Nieuwe Dijk eene boodschap te verrigten heb, ben ik te nieuwsgierig naar brief van mijne vrouw /99/ aan te treffen uit hoofde ik dit met haar afgesproken had om mij in 't begin van april naar Amsterdam te schrijven en waarin ik mij nu dan ook niet teleurgesteld bevind. In het logement was een brief. Ik weet mij niet te herinneren dat ik ooit over de belangen van een brief meer aangedaan gevoeld heb, hoe verukkend was mij nu deze tijding der letteren van dezelfde na eene afscheiding van 3 weken. Nu ontwaarde ik weder de grote prijs van man en vrouw. Ik vraagde een glas genever en dronk dezelfde ineens uit. Nu ga ik weder aan het lopen. Eerst na onze zuster Eva.232 Ook deze trof ik niet wel aan. Zij had ook weder een stoot uitgestaan, schoon zij nu ook weder wat bekomen was en was zeer blijde met mijne komst.