Te 4 uren, nadat wij wat gedronken hadden en van het mede genomen hebbende iets gebruikt, gaat men aan 't wandelen in de stad die zeer groot en voortreffelijk is. Het is ook alhier niet zoo morsig op de straten als te Sunderland en Chils [Shields]. De winkels zijn voortreffelijk. Aan beide kanten is de beste effene gelegenheid voor de voetgangers van egale zerksteenen.
Het is hier alles rojaler als moijer. Te hier zag ik tot mijn grote verwondring voor een venster uitgestald eene buitengewone menigte van goudvissen. Het komt op geen honderd stuks, zwemmende in een platte zeer netto winkelkast die hier te lande in museums of vijne winkels voor voorwerpen gebruikt worden.
Allerhande soort van voltreermachienes stonden aan de andere zijde en in de winkel ook een kleine, maar zeer prachtige fontein stond op die kast der goudvissen, waarbij ook een nette in 't klein foltreermachiene was.130 Daar men konde zien dat het zeer vuile water er in gedaan werd en het zeer helder als kristal water in verbinding met deze fontein er uitkwam.
Vandaar gingen wij naar de vismarkt, die mij voor deze stad ook zeer klein maar netjes voorkwam.131 De fruit en groentemarkt is er mede in verbinding. Nieuwe aardappelen heb ik aldaar op twee plaatsen gezien uitgestald: de eene soort waren reeds zeer dikke, roodachtige soort, dewijl de kleinere witachtig waren en hadden echter beide een gedaante als hier de zoogenamde muisjes. Ook zag ik aldaar reeds radijs, bloemkooltjes, asperzie en nog andere zaken die ik niet kende, ofschoon ik een soort roodachtig goed te Sunderland zelf gegeten had, maar de naam is mij vergeten. Hele kleine blaadjes groente was er ook, ook lagen er eenige bosjes nieuwe slaatboontjes, misschien 12 in ieder bosje gebonden. /44/ Ieder bosje kost maar een schelling of 12 stuivers Hollands. Nu gedenk ik aan mijn zaliger vader, hoe dikwijls hij ons verhaald heeft dat hij eens op een kantoor te Amsterdam de mevrouw zag komen in te gaan met een klein bakje met nieuwe boontjes en zij hare man vroeg of zij die maar aan nigt mogte over doen, terwijl deze volk had gekregen. De heer vraagd aan zijn vrouw: kind wat kosten die boontjes? Waarop het antwoord was: 7. Neen, zegt hij, dat kunnen wij zelve er wel aanbieten, laat nichte ook zorgen dat zij wat krijgt, terwijl zij toch niet anders als bij nood iets voor een zaak over heeft.
Het is de plaats hier niet anders zoude ik er meer kunnen bijvoegen, maar als ik ook nog zoo zat was, zoude ik nog wel eenige bosjes van die boontjes kunnen opeeten, misschien de heele boedel. Ook zie ik in die gegent een theewinkel met 36 gaslampen in 2 rijen, die ik ook 's avonds alle zag branden. Een prachtvol gezigt. Bij het daar weggaan, zie ik een grote menigte volkshoop van meest arbeidende klasse te samen scholen. Zwager vraagde wat er te doen was. Er was een groot ongeluk ontstaan, terwijl een groot stoomfabrijk gesprongen is alwaar denkelijk veele menschen zijn omgekomen, weshalven ieder naar zijne aanverwanten omziet.132 Wij gaan er ook na kijken, hetwelk een treurig toneel uitziet, ofschoon wij door de groote oploop van volk er lang niet aan toe konden komen. Op dit oogenblik zegt men dat er reeds 18 personen naar 't hospitaal zijn gebragt. Hoeveel dooden er onder de puinhopen aanwezig zijn weet men nog niet, men zal mij morgenvroeg wel meer inligting kunnen geven.133 Het is zeer in de nabijheid van ons logement, terwijl ik nu wederom niet al te monter ben. Waarschijnlijk nog in de eerste plaats te gevoelig en daarbij zoo een buitengewone koude met wind en regenvlagen onderweg gehad hebbende, besloten wij tegen het vallen der avond om maar naar het logement Chithiens Arms, Long Milgom Street /45/ te gaan alwaar bij het teruggaan het postkantoor te hebben bezigtigd.134
Nu zie ik eerst wat in Engeland te doen is, nu zijn wij weder in ons Publiek Haus. Hier zijn veele kooplieden die het land rondreijzen logeren en men kan aldaar ieder zijn eigen potske schnabben en nadat het nu een weinig had opgehouden te regenen en ik ook weder een weinig was bekomen, was het eerst nog mijn plan met een koopman of zelfs op 't laatst nog een paar naar de comedie te gaan en was zelfs al op de weg. De regen begon weder opnieuw en door de verre afstand er na toe ging een derzelve weder met mij huiswaards. Zwager is moede en ik alleen heb het hart niet om mij alleen op de straat te begeven, heb ik geen zin in. Het is hier een stad met bijkans 4 ½ maal honderdduizend zielen, het is de 2e plaats in Engeland nadat men mij zeide en ik bedroef mij dat wij zoo spoedig van hier zullen vertrekken en hier mede besluit ik deze dag.
Het eerste erkondige ik mij naar het gesprongen fabrijk. Doordien het ook zoo digt bij het logement was, ga ik zelfs er na toe terwijl men nog bezig was met de puinhopen hoewel het reeds onderste boven was. Het viel niet tegen: er zijn 9 personen dood gevonden. Van geen bijzonderheden kan ik zelve aldaar iets opdiepen, omdat ik de taal niet magtig ben en het wordt nu eens tijd aan de handel te denken.
Ik ben als toen op onderscheiden magazijnen gaan kijken en ook wat kopen. Ik heb daar reeds ondervonden dat er in Engeland wel wat te koop is. De handel gaat heel rojaal, er wordt niet overvraagd. Ik vond echter niet hetgeen ik wel dachte te vinden. In het algemeene wat men ziet is thans hoger in prijs. In 4 huizen heb ik dan tog wat gekocht. Mijn principale handel aldaar heeft zich meestal in gedrukte /46/ muzeliene bepaald met zwarte orleans en lecester hetwelk ik bij mr. William Calf [William Metcalfe?] grotedeels gekocht heb, dewelke niet alleen te Manchester een groot depot hebben, maar zelfs te Londen insgelijk een groot magazijn hebben. Van twee anderen heb ik het weinige aldaar laten bijpakken en opgegeven om hetzelve over Hull en Kampen te verzenden. En zoo is de dag eer ik er om dachte grotendeels vervlogen, zoodat wij regt honger hadden gekregen en wij ons nu weder naa ons publiek huis begaven, alwaar wij bij een kop thee van het mede genomene van Sunderland ons weder herstelden.
Het is nu te laat om weder uit te gaan, ik had gaarne een dag aangeknoopt in Manchester. Zwager keurde het echter zeer af en zeide dat ik naa zijns inzien te Londen evenzoo goed en zelfs beter teregt konde. Hij was nu reeds moede van het rondlopen. Waaruit ik mij als 't ware geheel niet uitgemaakt heb, dewijl ik Sunderland zelf veel uren gewandeld en gelopen ben.
Liverpool waren wij nu zeer nabij, alwaar ik als 't ware gaarne eens gezien had. Hierover werd ook zwarigheid gemaakt. Wij zouden dan niet wel voor de sabath te London kunnen aankomen of het moest dubbelde porte kosten. Wat zal ik nu doen. Om een paar pond sterling te verkwisten, dat had ik nog zoo niet geleerd en alleen te reijzen als het anders konde, daartoe konde ik ook niet toe besluiten.
Woensdagavond konde ik zelf in onze logement, als ik maar kennis er toe bezat, een halve comedie van maken. Het is een huis met zeer veele beneden vertrekken, alwaar zich ieder zoowat bij zijn soort vereenigd. Voor de passagiers is principaals de zaal op het eind van 't huis. /47/ Ovrigens gaat het als in de rondom, het is tevens ook ene brouwerij van bier. Aan de ingang van de voordeur is een locaal meerendeels voor het werkvolk, die aldaar komen schoften. Ieder neemt zijn vleesch of spek mede en braad of bakt zoo hij goed vind. Zoo gaat het zelfs met de passagiers: de eene komt aan met visch van dere de andere geene soort. Vuur is overal aanwezig en men maakt zooals men wil zelf. Coffij, thee en suiker neemt ieder zelve mede, het water is er altijd kokend. Evenwel voor mij was het niet op den duur geen leven, het gaat mij te onverschillig als Israeliet.
Van tijd tot tijd ging ik eens na voren zien, alwaar ik eens daar en dan elders eene dronken vrouw heb gezien. Somwijlen lagen zij tegen de grond. In het voorhuis staat de juffrouw zelve agter eene toonbank, terwijl de komende en gaande aldaar eventjes hare rum of andere soort van drank uit het maatje of glas uitnippen en gaan heen. Het is echter niet netto aan de voordeur, dewijl dan de toegang bij de deur naar onderscheiden vertrekken zoude belemmert worden. Aan de linkerzijde des ingang zijn twee vertrekken, slegts door de toonbank afgescheiden en deze maakt het grote gerijf wegens de tapperij uit, terwijl het volk alles door elkander omstaat. Een ander vertrek is ook tussen beide een omzitten gelag. Die juffrouw, zoowel als de andere huisgenoten, zijn zeer vriendelijke lieden genoeg maar ik kan haar niet verstaan en zij mij ook niet. De passagiers in ons vertrek speelden kien,135 waaraan ik ook een paar spellen heb deel genomen onder het drinken van een goed bottel bier, terwijl het eindelijk tijd word om te gaan slapen, daar intusschen de afreijs na London op morgenvroeg bepaald was en hiermede is woensdag besloten. /48/