Voor 7 uren ging men weder aan de reijs plus minus 20 à 25 minuten wegs naar de spoortrein.136 Wij waren echter niet goed onderricht: er reed wel een trein af, maar deze was niet voor ons. Er was wel ruimte genoeg in de wachtkamer en deszelfs omtrek. Het stationsgebouw rust op 52 ijzeren pilaren, aan de linkerzijde die ruim 3 span dik zijn, terwijl dezelfde tusschen beide 9 voet ruimte overblijft.137 Onderscheiden kantoren treft men aldaar weder aan: 1e, 2e en 3e klasse voor reijzigers en dan voor deze en geene route en voor vragtgoederen benevens rijd er eenmaal op den dag de gouvernementstrein. Dit is eigentlijk de koopmanstrein, zoomede voor diegeene die de goedkope reijs willen ondernemen.138
Bij het afreijden der eerste trein, terwijl ik aldaar aanwezig was, heb ik het in orde brengen der stempel voor de bewijskaartjes gezien. En dat zooveele passagiers in zoo een korte tijd geholpen kunnen worden: de toegangers komen van eene kant en moeten de andere kant weder uit om verwarring voor te komen en men kan verzekert zijn dat het geld opbrengt. Een pond sterling blijft over 't algemeen niet veel van over. Dit is nu de ordinaire rang. Nu moet men zich verbeelden van de 1e rang, dit is oneindig veel hoger.
Na een wagten van bijkans 1 ¼ uur is het nu dan ook de tijd van plaats te nemen. Nu koop ik mij een regte reijswijzer met kaart in om later nog eens genoegen van te hebben, die grote Engelsche couranten baten mij tog in 't geheel niet. Veele reijzigers zitten in de wagens met couranten en allerlij geschriften voor zich, ofschoon een nieuwsgierig wel omtrent een halve dag leezen in de wagen geplakt kan vinden. Er is hier geen plekje over /49/ van kooplieden, zoowel van goud , zilver als aller hande soort fabrijksgoederen, bijkans onverschillig adreskaartjes van logementhouders, te veel om op te noemen, alles is in de wagens aangeplakt, er is geen deurtje los. Wij hebben het in die wagen zeer slegt getroffen, het was zeer koud en guur weder met regenbuijen bij afwisseling en soms aanhoudend regen, was het zeer togtig op die reijs, die wij te 9 uren aannamen.139 Daar gaat het nu over Manchester de stad zelve heen vliegen. Nu zie ik met grote aandacht wat stad het is. Honderden van stoomfabrijken zijn zelf in de stad, het schijnt mij bijzonder mooij land, potklei is er zeker ook veel, uit hoofde ik aldaar eenige tichelfabrijken opmerke.
Nu is Stokfort [Stockport], hier is het 182 ¼ mijl van London ende komen weder in de gebergte, het gaat weder onder de grond door bij Maeclesfield140 [Macclesfield] en stad ter regter zijde. Stoomfabrijken met lange schoorsteenen als kleine torens is hier alsnog de order van de dag. Te 9 ¼ uren Handfordstation [Handforth]. Het land is weder mooij en effen geweest, maar spoedig weder gedaan. Het is weder tusschen de dijken en eindelijk halte bij Willemslow [Wilmslow], 12 mijlen van Manchester.
Weder even halt bij Aldely [Alderley Edge], daar staat een groot gebouw bij het dorp Chilfortstation [Chelford]141 , daarbij nog Holmen Chipl [Church Hulme of Holmes Chapel], de stad regterzijde met veele bomen ter linkerzijde. Van verre zie ik het gebergte. Thans bij Sandbach te 9 3/4 uren. Om de landen veel bomen. Alhier zie ik eene zeer lange trein passeren, meest alle pakgoederen.
10 uren is het bij Creve [Crewe]. Hier is het weder een groot hal bij het station, hetwelk ook weder op ijzeren pilaren rust dewelke gegoten zijn met ruiten en bloemwerk, de ruiten in de schuinste met knoppen erin. Op twee plaatsen is er van bovenop een digte poort, terwijl men daar van boven van de eene zijde naar de andere de goederen kan afvoeren, omdat het beneden alles met ijzeren sporen bedekt is. Aan die eene zoo lijkende poort is een klok die de tijd aanwijst. Het was daarom hier ook 10 minuten stil, omdat het hier weder van alle /50/ kanten de trein aangesloten wordt.142 Op die plaatsen is dan telkens veel drukte. Weinig later is weder halte bij Basfortstation. Op den berg hier heeft het veel aanzicht van de woudkant bij ons wegens de bosch als anderzins, maar het is toch zoo niet, het is een ander landsdouw. Met 3 paarden voor elkander wordt hier het land omgeploegd. De kleur is roodachtig. Spoedig zijn wij weder in de mooije berggezigten, maar doordien het daar doorgegraven is kan men het niet afzien. Eindelijk halte bij Madallystation [Madeley]. Aldaar zie ik een zerkhouwerij van grijze en geele nette als Bentheimersteen. Ik merk tevens wel op, dat iemand die zijn gemak te volle er wil afnemen het geld ook wel kan kwijt raken. Wij reijzen echter op zijn koopmans. Hier is eene lange hoek, waarover weet ik niet, terwijl ik lings een dorp bemerk dat mij niet veel bijzonders toelijkt. De trein is nu echter zoo lang, dat ik dezelfde niet in de wagen kan afzien.
Te 12 uren bij Nortonbridge [Norton Bridge]. Ik ben aldaar voor 't eerst op mijn reijs even in slaap gevallen, zoodat mij nu een weinig mankeerd gezien te hebben. Aldaar zie ik regts een mooij bosch bij een dorp of stad Staffort [Stafford] te 12 ¼ uur. Hier staat bij het station Manchester 68¼ mijl; Birmingham 209 ¼ mijl; London 141 mijl. Hier gaat het nog al harder als te voet, ofschoon sommige treinen nog veel harder vliegen. Spoorwagens ziet men hier genoeg, zelfs nog meer als bij ons de andere wagens. Ik verbeeld mij hier zeer hard gebakken steenen te zien zonder weerga. Het rode land zowel als het gebergte is doorzaaijd met kleine vlintjes, waarschijnlijk is het wel ontgint land. Aan de linkerzijde lopen kleine riviertjes terwijl regts een reusachtig gebergte is. Meteens is het weder stiknacht doordien wij weeder onder het gebergte door komen te vliegen. /51/
Te half 1 uur bij Colwich, aldaar gaat het door de plaats heen. Ook nog een ander spoorweg naar de noordelijke provincies,143 Bij Ruglin [Rugeley].
Hier gaan reeds de koijen, die meest alle rood zijn, zoowel als de schapen in de weide met de lammeren. Onmiddelijk gaan wij nu door de rode en gele steenrotsen alwaar het gehouwen word. Dan regts een dorp ofschoon dat in de rondom alles bebouwd is. Een weinig later halte bij Armitage. Iets verder links bosch. Aan de achterzijde laagliggende groene landen. 5 minuten voor 1 uur Lichfeld [Lichfield] iets verder bijlangs de rivier144 en eindelijk er over. Schapen zie ik hier in grote menigte.
Halte bij Tamworth naar de plaats aldaar genoemd. Even te voren zag ik weder steenbakkerij in het land. Men bezigt aldaar niet zulke grote ovens, voor dit vak wordt merendeels op het land afgebakken. Het is alsnog in 't volop van ijzer, er zijn weder ijzeren pilaren aan het stationsgebouw. Regts er langs gaat hier weder de spoortrein af bij Polesworth.145
Te half 2 uur Harderstone [Atherstone]. Aldaar ontmoeten wij een zeer mooije trein van de andere zijde komende. Is bij de plaats een windmolen, dewelke ik nog zeer weinig heb opgemerkt. Nuneation [Nuneaton] te 1 3/4 uur. Bij eene grote plaats aan het station een houtzaagmolen met stoom. Alhier is zeker weder eene voornaam fabrijkplaats. Regts gaat nu ook een spoortrein af.146 Bulkington aan de regterzijde; de plaats of stad een weinig van het station af. Een weinig voor half 3 uur te Rucby [Rugby]. Aldaar is het instituut voor doofstommen, aldaar worden eenige waggons afgeladen met wilde dieren.
Bij Criek [Crick] te 3 uren, te Wiedon [Weedon Beck] een dorp met eene zeer grote kazern, hoewel een ordinair dorp.147 Nu gaat het weder onder de grond door.148 Denkelijk wel een paar mijlen ver. Hier gaat het bij een vaarwater langs. Prachtige berggezigten, die zeer /52/ mooi en afwisselend zijn. Bij Blisword [Blisworth] - een der zijd staat Junction Northampton and Peterbourch [Peterborough] Railway.149 Men zegt mij dat aldaar zeer veele schoenen gemaakt worden.150 3 3/4 uren weder halte houden. Hier schijnt boven de berg de rijweg te zijn bij het station Roade. Met trappen gaat het daarbij omhoog. Nu halte bij Wolverton en Birmingham. Nog 52 ½ mijl van London. Blithely [Bletchley] station. Leichton [Leighton] te ruim half 5 uren. Junction White151 te 5 uren. Bij Trinc [Tring] nog 31 3/4 mijlen. Daarna weder onder de grond door bij een dorp ter regterzijde152 in het dal, terwijl er schuins op naar boven mooije groenlanden zich bevinden met een mooij bosch in de nabijheid. Weder een zeer fraaij gezigt bij het station Bergham Stead [Berkhamsted], aldaar gaan twee spoortreinen tergelijker tijd voorbij te 5 ¼ uur.
Een weinig later Boxvor [Boxmoor], aldaar heb ik een fraaij boerenhuis gezien ter linkerzijde, terwijl ook een groot edelmanshuis regts is geplaatst.153 Ter linkerzijde een dorp [Hemel Hempstead].
Een weinig later weder een lang end onder de grond door.154 Ik ben er nu al aan gewend. In het eerste sidderde en beefde ik haast, dewijl het zeer raast en vliegt er langs zonder dat men de hand voor de oogen kan zien. Ook is hier weder iets aan het steengebergte verniewd, daar het rotsgebergte rood met vlekken er in heeft. En het is aanstonds weder halte bij Watfort [Watford] 17 3/4 mijl van London.
Schone kasten met boekwerken en niewspapieren, rijswijzers worden bij de stations uitgestald. Nu gaat het zoo hart der langs alsof het vliegt de snelspoortrein van London. Hierbij de station is de berg met allerlij fijne plantsoen voorzien. Onmiddelijk bij het halte houden zeer fraaij. /53/ Het dorp is ter regterzijde omtrent 5 3/4 uren hetwelk zich zeer ver uitstrekt. Bijlangs de spoorweg zelf een gasfabriek. Te 6 uren Harroun [Harrow].
Nog 11 ½ mijl van London. Ter regterzijde een kerkdorp op de spits van de berg, twee dorpen lings. Nog weder onder de grond langs,155 Stokfort regtsaf. Ik dachte dat het reeds London was, zoo groot gelijkt dit voor mij.
Te 6 ½ uren bij het station.156 Daar begin ik te zien wat niet te London wat te doen moet zijn, zoo groot heb ik het nog niet gezien. Hoeveele wagens, omnibussen, brommers als daar niet klaar staan ter vervoer van de passagiers, is ontelbaar. Aldaar zijn wij genoodzaakt maar een rijtuig te nemen uit hoofde ons logement misschien een paar uren van hier af is. Met grote opziens zie ik nu herwaards en derwaards. Nu is alles nog weder klein wat ik te voren gezien heb. Ik betreur mij nu reeds dat ik niet tenminsten acht dagen kan blijven en dat was zelfs nog veel te weinig.
Wat moet ik nu eerst gaan kijken. Zwager is al weder moede en afgemat van de reijs bij het aankomen in het logement bij Mr. Mozes Meijer157, Great Brescot street158, zoodat ik mij wel zal moeten getroosten te huis te blijven, weshalven ik dan mijnen brief aan Van Delden de zwager van Lea te Groningen, heb doen bezorgen.159 Die goede man komt later bij mij in het logement en betreurd zich dat hij niet te huis is geweest en wilde gaarne hebben alsdat ik bij hem zoude logeren, waartoe ik hem dan evenwel hartelijk bedankte, temeer daar broeder Abraham zoo veel goeds bij hem genoten had. Ik was nu eenmaal in het logement zeer wel /54/ en gaf hem wel te kennen dat ik het zoozeer beleefd vond en wel ook de wil voor de daad aannam. Alle redens bestond er echter voor dat ik er geen gebruik van maken konde. In de eerste plaats was ik reeds hier ingekeerd en zoude zeer aanstootlijk zijn voor die lieden om weder weg te gaan. Ik had reeds in het oogenblikje dat ik er geweest was mij met een goede warme maaltijd verkwikt, waarvan ik nu sederd maandagmiddag ontstoken was geweest. Juffrouw Meijers had mij te kennen gegeven dat zij nog een goede soep met het een en ander staan had, waartoe ik mij geen twee maal heb laten uitnodigen. Ik gaf dan ook bij deze aan die goede Van Delden te kennen dat mijn zwager de reijs met mij mede gedaan heeft te plazier, waardoor ik natuurlijk niet van hem konde afgaan en ten derde had ik deze reijs hoofdzakelijk voor plazier gemaakt. Het er het mij deswegens niet erop aankomt om het logies te betalen en dat ik tevens tusschenbeide in vriendschap aan hem zoude komen bezoeken.
In het logement had ik zeer veel genoegen uit hoofde het Engels hier het zeldzaamste gehoord wierd, aldaar was niets anders als Hollanders en Duitschers, behalve twee Engelsche meijden. Dit hinderde mij zeer weinig, omdat ik daarmede niet veel te schikken had. De huisbediende is daar schipper en voogd mede, die ook wezentlijk een geschikt persoon uitmaakt. Men kan hem voor alles bezigen. Zelf vernam ik bij dezen dat hij tusschenbeide nog met een heer van Hamburg, die die ook in dit logement tehuis is, de cristelijke godsdienst omhelscht, was deze jonge tot geleidsman, zoodat ik hem bij het tehuis komen netjes in het zwart gekleed zag tehuis komen. /55/
Thans heeft hij echter zijne huisbedieningsuniform aan en zoo heb ik mij deze avond vergenoegd den avond doorgebragt. Deze straat is het voor London zeer stil uit hoofde het niet zooveel in de grote roete is. Hetgene mij als 't ware niet onaangenaam is om niet altijd in zoo een groot rumoer te zijn.